Zwier de Zwaluw had al zijn hele leven last van nostalgie. Wat dat is?
Verdriet om wat voorbij gaat en wat voorbij is gegaan – en dàt het allemaal voorbij gaat. Dat begon al toen hij nog maar in het ei zat. Door de schaal heen voelde hij de warmte van het lijfje van zijn moeder of vader – wat was het hier toch heerlijk!
Maar hij groeide zo groot dat hij het er niet uithield en hij begon de schaal open te tikken – met tegenzin, want: ‘Ik wil niet naar buiten, ik wil lekker hier blijven waar het veilig is en warm.’ Het sneed door zijn kleine vogelziel dat zijn leventje in het ei voorbij was. ‘Voorbij, voorbij, o, en voorgoed voorbij’, dichtte hij.
Maar al gauw merkte hij dat het in het kunstig gemaakte nest van zijn vader en moeder eigenlijk veel leuker was. Het zat zo mooi en veilig tegen een balk in de koeienstal. Ze vlogen af en aan met lekkere hapjes zodat hij groeide als kool en al snel te groot werd voor het nest. Maar hij wilde er niet uit, hij vond het zo erg dat hij zijn nestleven achter moest laten. Ook alweer voorbij, dacht hij – en hij moest ervan huilen. Uiteindelijk duwde zijn vader, die niet van zeuren hield, hem over de rand. Toen moest hij wel vliegen, maar… o, maar wat was dit fijn. Vliegen, aaah! Dat het bestond! Dit was nog veel mooier dan zijn nestleven.
Hij voelde zich zo vrij als een vogel en vloog over en rond het erf en haalde lekker zelf zijn eten op. Maar op een dag in september zag hij hoe zijn hele familie
zich verzamelde op de nok van de schuur voor de grote trek naar het zuiden.
Wat nu? Moest hij hier weg? Weg van dit mooie leven?? Ook dit, zijn kuikentijd op de boerderij, was voorbij – hij wist het en weer verzonk hij in nostalgie.
‘Voorbij, voorbij, o en voorgoed voorbij’, jammerde hij.
Maar eenmaal op de trek naar het zuiden ging hem een licht op. Landen en zeeën en bergen gleden onder hem langs en hij zag de mooie, grote wereld en toen wist hij het: ‘Het wordt alleen maar mooier!’
Bron: Telkens een lichtkring dieper - Wim Jansen
Reactie plaatsen
Reacties